Grande Traversata dell’Ortles,

Failing to fetch me at first keep encouraged

Missing me one place search another

I stop some where waiting for you

Walt Whitman, Leaves of Grass (1855)

Het seizoen was al gaande toen ik weer de bergen in ging, ditmaal voor de ‘koninklijke’ NKBV. De overbrugging van 4 maanden vlakland was zwaar, maar ook thuis en werk verdienen aandacht. Begin augustus reed ik dus naar Noord-Italië. Met een groep van 25-45 jarigen zou ik een traverse maken langs de flanken van de Cevedale (3778m), de Koningsspitze (3850m) en de Ortler (3905m). Een tocht die ik al langer in m’n hoofd had en een aanvulling was op het steeds langer wordende repertoire van epische bergavonturen, die me nu al zoveel diep geluk gebracht hebben.

Waar ik normaal gesproken een lineair tochtverloop ervaar, was dit jaar anders. De reis begon onthutsend, omdat ik op de vertrekdag besloot om een deelnemer thuis te laten. Normaal gesproken ontmoet ik mensen vooraf. Maar dit keer lukte dat niet met iedereen. Bij vertrek was het contact zo apart, dat mijn intuïtie zich niet kon verenigen met het idee een week met deze persoon op pad te zijn. Het was in 5 minuten beslist.

De autobahn voerde ons naar het 40-km lange Val d’Ultimo, een zijdal van het Vinsgaudal, beroemd om de wijdverbreide appelteelt, en waar o.a. Merano ligt. Na een meanderende autorit van ruim een uur bereikten we laat het mooie rustige dorpje St. Gertraud. Een enigszins narrig en verbaasd mevrouwtje van Haus Garni Elisabeth ving ons op en met ons 3 kregen we de hele zolderverdieping. Ze had de voorgaande dagen een paar no-shows gehad, dus ons niet echt verwacht. De regen tikte op het massieve dak, de slaap was goed en de volgende ochtend kregen we heerlijk ontbijt. Tegen de tijd dat we wegliepen was ze dol op ons en kregen we warme groeten mee voor herr Dominicus, de waard van Rifugio Canziani.

De eerste dagen voerde de routes door mooi bergterrein naar o.a. de Collechio, een top van bijna 3000 meter met 360 graden uitzicht. Een panoramische afdaling kwam uit bij de sprookjesachtig gelegen Dorigoni hut. Hier waren we de dagtoeristen voorlopig kwijt en hadden de vrouwen het voor het zeggen onder leiding van Cecilia, de fiere waardin. We genoten van een warme persoonlijke ontvangst, fleurige klederdracht door de bediening, een frisse slaapzaal, een relaxed sfeertje en goed eten.

Tijdens de reis hadden we een onderneemster (marketing en videoclips), een aardrijkskundeleraar, een bibliothecaresse, een accountant, een basisschoollerares, een ‘hoge’ ambtenaar, een parttime fotograaf en een bioloog met veel plantenkennis mee. Een bont gezelschap dus, met veel gespreksstof en onderlinge interesse. Ondanks een paar flinke bakken met regen werd er daarom ook uitgebreid genoten van rustmomenten in de zon en op hoge bergpassen.

Drie jaar geleden was een vriend van me hier geweest. Het werd zijn laatste reis en hij is 40 geworden. Te gek voor woorden.. Ik leefde toe naar rust, reflectie, dagen dat ik zijn voetstappen zou volgen. Een paar keer heb ik me afgezonderd. Het gekke was dat ik hem niet vond. Niet in gedachten, noch in levendige herinnering. Misschien dat de reis daarom ook geen begin, noch een einde had. Slechts een gevoel van aanwezig zijn ‘for old times sake’ bleef, een groet in de lucht aan iemand die naast je stond, maar je nu de rug heeft toegekeerd. Gewoon omdat dat nou eenmaal zo gaat.

De tocht bleek dus niet zo intens als ik had gedacht. Ik dacht aan de dingen van het moment. Het weer. De mensen. Dronk wel vrij stevig. Baalde van toppen die we door slecht weer niet bereikten. Kaartte lachend en grappend mee. Verwonderde me over een Albanese huttenwaard. Vond interessante plantjes. Bouwde onnodige noodbrug met vereende krachten. Verloor mijn jas ergens op een pauzeplek. Stierde vervolgens op hartslag 180 twee uur de berg op en af. Ik was het overzicht nooit kwijt, maar misschien wel een beetje mezelf. Gelukkig bood het gezelschap afleiding.

De reis was desondanks van goud. Zon, grote bergen, alles wat nodig was. Zo meeslepend als een bergtocht kan zijn. De Ortler was voelbaar dichtbij en tegelijk onbereikbaar ver weg. Hij glinsterde in het licht en wierp schaduwen in de diepte. Hoog in rifugio Garibaldi, waar overdag steenarenden cirkelden op de warme lucht, keken we rond en terug met bier. Gesprekken verstilden. De wereld lag onder ons. ’s Nachts de sterrenhemel. Dat je deze schoonheid hebt gekend is een goede gedachte..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s